Op 28 mei 2026 vond de eerste landelijke themadag van de Mentale Gezondheidsnetwerken (MGN) plaats, met als centrale thema’s het verwijsproces en informatie-uitwisseling.
Vertegenwoordigers uit GGZ, huisartsenzorg, sociaal domein en digitale infrastructuur deelden praktijkervaringen en bespraken gezamenlijke uitdagingen en oplossingsrichtingen.
De praktijkpresentaties lieten zien dat regio’s verschillende keuzes maken in systemen en werkprocessen. Ze lopen wel tegen vergelijkbare vragen aan. Technische inrichting staat niet op zichzelf; de grootste opgaven liggen in het organiseren van samenwerking, het maken van werkafspraken, het informeren van professionals en het borgen van een goed functionerend proces. Ook werd duidelijk dat succesvolle implementatie sterk afhankelijk is van duidelijke communicatie richting huisartsen en inwoners.
Tijdens de werktafels kwam naar voren dat het verkennend gesprek (VG) meer is dan een verwijsinstrument. Deelnemers benadrukten het belang van eigenaarschap van de inwoner, samenwerking tussen zorg, welzijn en sociaal domein, en een goede voorbereiding van inwoners op het gesprek. De beoogde transformatie lijkt te worden beperkt doordat nieuwe werkwijzen worden ingericht binnen bestaande zorgstructuren en systemen.
Op het thema informatie-uitwisseling bleek dat privacywetgeving vaak als belemmering wordt ervaren, terwijl de grootste uitdaging ligt in het maken van heldere regionale afspraken over verantwoordelijkheden, gegevensdeling en dossiervoering. Standaardisatie moet ruimte laten voor regionale verschillen en innovatie. De behoefte aan landelijke ondersteuning, kennisdeling en standaardisatie van minimale werkafspraken is groot.
De belangrijkste conclusie van de dag is dat geen enkele regio deze opgave alleen kan oplossen. Regio’s hebben behoefte aan meer kennisdeling, gezamenlijke (juridische) ondersteuning, uitwisseling van documenten en ervaringen, en betere afstemming met landelijke digitaliseringsinitiatieven. Door samenwerking tussen regio’s en ondersteuning vanuit landelijke partijen kunnen mentale gezondheidsnetwerken sneller leren, effectiever functioneren en beter bijdragen aan passende ondersteuning voor inwoners.