Integrale hulp voor kwetsbare mensen
Bemoeizorg is een cruciale vorm van ondersteuning. In de praktijk blijkt dat hoe complexer de situatie wordt, hoe lastiger het is om hulp vol te houden. Bij meervoudige problemen en langdurige zorgvragen haken hulpverleners soms af. Voornamelijk wanneer verantwoordelijkheden, tijd en middelen onduidelijk zijn.
Meer dan negentig professionals uit het sociaal domein, ggz en jeugdhulp kwamen dinsdagmiddag 13 januari digitaal samen voor een netwerkbijeenkomst over bemoeizorg. Deze bijeenkomst georganiseerd door de netwerken Volwaardig Burgerschap en Zorg & Veiligheid bracht ervaringsdeskundigen, hulpverleners uit de ggz en gemeenten, woningcorporaties en politie bij elkaar. Doel: inzicht krijgen in de belangen en uitdagingen van deze specifieke vorm van zorg, en leren van elkaar.
‘Niet ingrijpen is geen optie’
Sonja van Rooijen, senior adviseur en projectleider bij Movisie, opende de sessie met een definitie: ‘Bemoeizorg is een bijzondere vorm van zorg, bedoeld voor mensen die niet in staat zijn zorg te organiseren of zorg afweren door bijvoorbeeld teleurstellingen uit het verleden, door angst of psychiatrische problemen.’ Zonder zorg raken deze mensen verder in de problemen. ‘Niet ingrijpen is gewoon geen keuze.’
Bemoeizorg: drie perspectieven
Ervaringsdeskundige: ‘werk vanuit menselijke nabijheid’
Shirley van Alphen, ervaringsdeskundige bij onder andere Leviaan en de GGD Zaanstreek-Waterland, schetste de doelgroep vanuit haar dagelijkse praktijk. ‘Het zijn mensen die vaker teleurgesteld zijn door hulpverleners, maar ook mensen die geen idee hebben van de noodzaak tot ondersteuning.’
Shirley is blij dat de professionele nabijheid steeds meer plaats maakt voor menselijke nabijheid. Professionals die buiten gebaande paden denken maar ook qua houding anders zijn: ‘Die gewoon naast een persoon gaan zitten of staan, in plaats van tegenover.’ Een cliënt in scheiding bracht Shirley in contact met twee van haar eigen vrienden die eerder een scheiding doormaakten. ‘Dat heeft hem geholpen. Hij zag: ik ben niet alleen.’
Het Bemoeizorg-team in Zaanstreek-Waterland ontvangt financiering voor 1700 cliënten, maar bedient er ondertussen 3200. Het team werkt met passie, maar de druk is bijna onmenselijk hoog. ‘Wij leggen noodgedwongen een wachtlijst aan.’ Shirley pleit dan ook voor structurele financiering.
Woningcorporatie: ‘werk samen’
Marijn Westhuis werkt als consulent sociaal beheer bij woningcorporatie Portaal in Nijmegen. Zij ziet het aantal mensen met onbegrepen gedrag toenemen. ‘Wij zien vervuiling, hoarding, zelfverwaarlozing, maar ook overlast door schreeuwen en dreigen.’
Die toename leidt tot gevoelens van machteloosheid. Huurders die overlast veroorzaken wonen vaker in wijken waar de draagkracht laag is. ‘Omwonenden zeggen al snel: “wij zijn hier klaar mee.” Dit verhoogt de druk op Marijn en collega’s om snel te handelen. En daarin zijn ze afhankelijk van hulpverlening.
Marijn pleit voor vaste contactpersonen, vooral in de ggz, en betere gegevensuitwisseling. ‘Psycho-educatie bijvoorbeeld, is ontzettend helpend. Als de huurder het geen punt vindt dat er informatie met buren gedeeld wordt, wat houdt ons dan tegen?’ Marijn ervaart dat buren achteraf vaak zeggen: ‘Nu ik weet wat er aan de hand is, zal ik anders, begripvoller, reageren.’
Politie: ‘mensen die gewoon het gesprek aangaan, investeer daarin’
Operationeel specialist bij Politie Eenheid Oost-Nederland, Joris van ’t Hoff herkent de uitdagingen die Marijn noemt. ‘Wij als politie zijn 24/7 bereikbaar. Wanneer mensen gedrag zien waar ze last van hebben, of wat ze als gevaarlijk ervaren dan is de reflex: bel de politie.’ Interventies in het strafrecht zijn in dit soort situaties nauwelijks nodig. Toch gaat de politie, om veiligheidsissues uit te sluiten, toch kijken. ‘En daarna hopen we zo snel mogelijk te kunnen doorschakelen naar hulpverlening.’
Pro-actieve bemoeizorg, dat helpt de politie enorm. Hulpverleners die niet afwachten tot er meldingen komen bijvoorbeeld. Zo is er een hulpverlener in Ede die wekelijks winkeliers bezoekt. Winkeliers zien dagelijks veel mensen. Zij signaleren verwardheid of achteruitgang heel snel. ‘Die mentaliteit is mooi.’ Grote winst ligt volgens Joris dan ook in skills voor hulpverleners. ‘Investeer in mensen die gewoon het gesprek aangaan.’
Praktijkvoorbeeld: Team VIA in Zwolle
Hoe werkt bemoeizorg in de praktijk? Astrid Bosman, werkend bij GGD IJsselland, gaf een inkijkje. Team Vangnet Informatie Advies (VIA) bestaat al bijna dertig jaar. ‘Ons team is een vangnet’ legde Astrid uit. ‘Na ons is er geen hulp meer. Daarom laten wij niemand vallen.’ Het team is breed en bestaat onder andere uit een maatschappelijk werker, psychiatrisch verpleegkundige, sociaal raadsman en een jeugdhulpverlener. Een melding doen kan van maandag tot vrijdag. Iedere ochtend bespreekt het team alle binnengekomen meldingen. De teamleden werken intensief samen. ‘Als wij denken aan psychiatrische problematiek, maar er zijn ook schulden, dan gaan de psychiatrisch verpleegkundige en onze sociaal raadsman samen op bezoek.’
Bemoeizorg vraagt om volhouden, volhouden, volhouden. Zo bezocht een collega wekenlang, iedere dinsdagmiddag, een adres. De bewoonster reageerde nooit. ‘Ze zagen elkaar wel, de bewoner voor het raam, mijn collega voor de deur.’ Toen de collega op vakantie was kwam er een telefoontje: ‘Waar is die man die altijd bij mij langskomt?’ Zo ontstond er toch een opening.
Astrid deelde nog een succesverhaal. Een man, teruggetrokken levend en waar niemand echt contact mee kreeg, moest verhuizen. Het team organiseerde zijn verhuizing. ‘Of hij echt over zou gaan, dat was spannend.’ Uiteindelijk sprak de man een voicemail van een collega in: “Ik zit er.” Zo zie je: wie volhoudt boekt uiteindelijk toch resultaat.’
Doorpakken in stroef zorglandschap
Dat deze praktijkverhalen goed aansluiten bij landelijke inzichten bleek tijdens de presentatie van Sonja van Rooijen in het tweede deel van de bijeenkomst. Zij deelde de resultaten uit het Movisie-onderzoek: Bemoeizorg, bekommer je erom. Ze liet zien wat werkt én knelt in de zorg voor mensen die geen hulp vragen. Het onderzoek onderscheidt bijvoorbeeld krachtige en weerbarstige praktijken.
Krachtig zijn teams die doorgaan, echte netwerkers zijn, en een hands-on mentaliteit hebben. Mensen die goed zijn in het leggen en onderhouden van contact. Zij voelen veel affiniteit voor de doelgroep.
Weerbarstig is de realiteit. Diversiteit in uitvoeringsvarianten, fragmentatie van zorgsystemen, verschillende financieringsbronnen en een zorgketen die vaak niet sluitend is.’ Wanneer iemand overal wordt geweerd, voelt vrijwel niemand zich verantwoordelijk om nog iets te bieden.
Andere aanbevelingen uit het onderzoek:
- beschouw bemoeizorg als reguliere zorg;
- financier bemoeizorgteams structureel;
- bemoeizorg is een reguliere taak voor outreachende ggz-teams zoals FACT- en ACT-teams;
- stroomlijn de samenwerking tussen gemeentelijke bemoeizorgteams en ggz-teams;
- onderzoek co-financiering door gemeenten en zorgverzekeraars;
- creëer woonplekken en time-out-voorzieningen;
- benoem een onafhankelijke procesregisseur met beslissingsbevoegdheid.
Oplossingen vanuit de praktijk
In breakout-sessies werkten de deelnemers vervolgens drie thema’s uit. Dit waren de belangrijkste conclusies:
Integrale aanpak
Voor woningcorporaties, politie en bewoners doet onderliggende problematiek er niet toe. Ze zien gewoon dat het met iemand niet goed gaat. ‘Een integrale aanpak die mensen op weg helpt, dat is winst,’ aldus de groep.
Onafhankelijke procesregie
Het liefst belegd bij de gemeente, met duidelijke afspraken over opschaling wanneer dingen vastlopen. Het voorbeeld van Utrecht werd genoemd, waar destijds een OGGZ-bemoeizorgteam met gemeentelijke regie vanuit de GGD goed functioneerde.
Lumpsum-financiering
Dring aan op een budget voor een gemiddeld aantal trajecturen per cliënt, in plaats van urenregistratie. ‘De ene cliënt vraagt zestien uur, de ander tien, maar met zo’n gemiddeld budget kun je vrijwel altijd de inzet leveren die nodig is.’
Duidelijke afspraken over gegevensuitwisseling
Ofwel: deel de essentie, niet de hele zorggeschiedenis. Wat heeft een woningcorporatie nodig? En wat de politie? Vraag jezelf af: Wat moet de ander echt weten om het juiste te kunnen doen?
‘Wat ga je morgen anders doen?’
Moderator Katja van Essen daagde tot slot de deelnemers uit: ‘Als je doet wat je altijd deed, blijf je krijgen wat je altijd kreeg. Gaan jullie dingen anders doen morgen?
Mirjam, werkzaam bij een woningcorporatie: ‘Deze meeting warmde ons op voor een gesprek met de gemeente. Wij nemen heel veel mee in dat gesprek.’
Janine Berton, landelijk officier van justitie verplichte zorg: ‘Ik blijf benadrukken hoe belangrijk bemoeizorg is. De fragmentatie en financieringsproblematiek schokte mij toch weer. Ik blijf het onder de aandacht brengen bij het departement.’
Karin Bloemendal, bestuurder bij het Leger des Heils: ‘De verdieping vandaag zet aan tot nadenken. Het woord bemoeizorg komt niet voor in een politiek verslag dat wij volgende week gaan bespreken. Terwijl het juist belangrijk is niet te kijken naar de strafrechtketen, maar naar de voorkant, naar het sociaal domein.’
Samengevat
Bemoeizorg voorkomt onnodig menselijk leed en hoge maatschappelijke kosten. De professionals die dit cruciale werk doen vragen om structurele steun en financiering. Bemoeizorg is altijd een spanningsveld tussen autonomie, veiligheid en zorg, maar als we crisissituaties weten te voorkomen door nabijheid, volhouden en samenwerking, draagt bemoeizorg bij aan inclusie en herstel.
Vervolg
De opbrengsten van deze netwerkbijeenkomst worden meegenomen naar de Landelijke Tafel Zorg en Veiligheid en geagendeerd binnen het ASWA bij de basisfunctionaliteit multiproblematiek. De volgende netwerkbijeenkomst is live op 9 april en gaat over effectieve netwerksamenwerking.
Meer lezen: