Laagdrempelige steunpunten krijgen nu een impuls dankzij de IZA/AZWA gelden. Maar er is ook discussie over. Moet je het verbijzonderen? Wat maakt dat ze een welkome plek zijn voor mensen met ernstige psychische kwetsbaarheden waar ze zich kunnen ontwikkelen? Hoe leidend zijn de 10 kenmerken die zijn opgesteld voor laagdrempelige steunpunten?
Dit gebeurt aan de hand van interviews met Gerard de Roos en Cassandra Barkman, gevolgd door een gesprek vanuit ervaringen met deelnemers. De themasessie Herstel en Verbinden werd online gehouden op 7 oktober 2025, en werd gemodereerd door Sonja van Rooijen senior adviseur/projectleider Movisie.
Gerard de Roos: 10 kenmerken in de praktijk van Ixta Noa

Gerard de Roos opent het gesprek met een inkijkje in de wereld van Ixta Noa, waar hij als directeur-bestuurder dagelijks werkt aan laagdrempelige steunpunten. Hij vertelt hoe de tien landelijke kenmerken voor zelfregie en herstelorganisaties – zoals laagdrempeligheid, co-creatie, gelijkwaardigheid en ervaringsdeskundigheid – niet slechts op papier bestaan, maar in de praktijk tot leven komen. “Er zijn vaste programmaonderdelen maar het is soms ook iedere keer anders”, zegt hij. “Het moet aansluiten bij de mensen die er komen. Het begint bij welkom zijn en we sluiten direct aan bij wat iemand wel kan. De thema’s zijn zingeving, herstel en meedoen. Ervaringsdeskundigheid is een belang middel om dit op gang te krijgen. Daarmee ontstaat sneller ruimte voor ontspanning en in het verlengde daarvan voor leren. Je krijgt geen intake over je probleem, maar een kop koffie en de uitnodiging: ‘Wat leuk dat je er bent’.”
Hij schetst een beeld van het praktijkhuis als een plek waar mensen niet als cliënt of patiënt worden gezien, maar als deelnemer en burger. “Iedereen draagt bij, of je nu vrijwilliger, medewerker of deelnemer bent. De vrijwilligers zijn een mooi rolmodel voor de deelnemers. Ze zien dat de vrijwilligers nog worstelen met dingen maar tegelijkertijd ook al van betekenis kunnen zijn voor anderen.” Gerard benadrukt het belang van een betekenisvolle context: “We creëren een omgeving waarin mensen zich veilig voelen, waardoor ruimte ontstaat voor leren en ontwikkelen. Het is geen triggervrije omgeving, maar wel een plek waar je mag oefenen, vallen en opstaan.”
Een treffend voorbeeld: Gerard vertelt over deelnemers die na jaren van isolement voor het eerst weer een rol oppakken, bijvoorbeeld als gastvrouw of door hun eigen ervaringen te delen in een cursus. “Dat geeft perspectief. Je ziet mensen groeien, omdat ze weer van betekenis zijn voor zichzelf en anderen.”
Cassandra Barkman – Stichting Altrecht
Cassandra vertelt wat in haar optiek een steunpunt tot een laagdrempelig steunpunt maakt. Ze vraagt zich af of de beweging rondom steunpunten niet te veel van bovenaf wordt gefaciliteerd waardoor er te weinig ruimte is voor bouwen vanuit de behoefte. Cassandra pleit voor een pluriformiteit aan plekken, omdat one size fits all niet werkt. Voor haar is het essentieel dat mensen zich écht welkom voelen, dat er nieuwsgierigheid en gelijkwaardigheid is, en dat de omgeving inspirerend is.
Cassandra introduceert het idee van een ‘peer support community’. Dat is wat laagdrempelige steunpunten beogen, stelt ze. Ze droomt hardop van een crisiscafé waar je ook ’s avonds terecht kunt. “Dat je gewoon ergens naar toe kunt in een crisis situatie.”
Ze is voorstander van een verkennend peer support team dat navigeert in de community of in de stad. En dat kan aansluiten bij de ggz en investeert in de relatie. Verkennend in de zin van: iemand ontmoeten, bouwen aan een relatie en navigerend door de stad de gemeenschapsbronnen laten zien. “De verbinding is belangrijk, het gesprek, de dialoog. En soms ook het niet-weten maar wel bereid zijn samen te ontdekken. We zijn nog te veel gericht op helpen, terwijl het gaat om samen leren. Het is belangrijk dat mensen niet alleen als individu met een probleem worden gezien, maar als volwaardig lid van een community.” Als het lukt om de structurele financiering voor de peer support community in de samenleving te verankeren, zal dit uiteindelijk leiden tot veel minder gebruik van de ggz, stelt zij.
Waar Gerard vooral de kracht van de context en het samen doen benadrukt, legt Cassandra de nadruk op het relationele en het belang van ruimte voor verschil. Ze benoemt dat het systeem mensen vaak afleert om zelf regie te nemen, en dat het steunpunt juist een plek moet zijn waar je dat opnieuw mag ontdekken.
Het gesprek met de deelnemers:
Na de verhalen van Gerard en Cassandra ontstaat een levendig gesprek. Deelnemers delen hun ervaringen en zorgen.
De 10 kenmerken
Chantal Soepboer (mensdoormens) staat stil bij de tien kenmerken van laagdrempelige steunpunten die Gerard de Roos gebruikte als basis voor zijn presentatie. “Als zelfregiecentra maken we ons er heel erg hard voor met die tien kenmerken, dat we juist willen borgen dat het van onderaf kan en mag ontstaan. Juist daarom zijn deze ook zo belangrijk. We moeten goed borgen waar we in de praktijk mee bezig zijn en daar ook heel dichtbij blijven. Ik merk dat organisaties richtlijnen proberen te maken van de 10 kenmerken en daarmee de bedoeling ervan tekort doen. Wat ik merk in onze organisatie is dat mensen zo geconditioneerd zijn om niet meer eigen beslissingen te maken, dat het alleen al een uitdaging is voor de mensen die bij ons binnenkomen om te leren dat ze zelf een stem hebben en dat ze zelf iets willen.”
Marcia Kroes (Herstelacademie Haarlem en Meer) brengt in dat het in haar regio heel lastig om uit te leggen wat de tien landelijke kenmerken voor zelfregie en herstelorganisaties zijn. “In de transformatieplannen worden de laagdrempelige steunpunten gezien als mogelijkheid om ggz-zorg te besparen. En moeten risico’s worden beheerst. Ik zit daar als enige met praktijkervaring, als enige vanuit ervaringsdeskundigheid, met allemaal hotemetoten die daar iets willen organiseren.”
Erken de eigen waarde van laagdrempelige steunpunten, zie ze niet als instrument.
Ita de Hes (re-integratiecoach) pleit ervoor om laagdrempelige steunpunten te zien als een waardevolle aanvulling op de zorg, niet als een vervanging van ggz-zorg. Wilma Boevink (Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Zelfherstel) benadrukt: “Ons doel is niet om ggz-zorg te verminderen of wachtlijsten verminderen. We bieden een brugfunctie tussen het gewone leven. We moeten niet worden afgerekend langs de klassieke meetlat ‘verminderd zorggebruik’. We willen kijken naar impact op de samenleving, daarop richten we ons.”
Marloes van Wezel (Academische werkplaats Geestdrift) uit haar zorg: “Ik zie zelf risico op reductie in beleid, bijvoorbeeld het instrumentaliseren van de initiatieven.” Als voorbeeld noemt ze het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord met het doel ‘mensen sneller op de juiste plek helpen'. “Als de initiatieven als instrument worden gezien in beleid om systeemproblemen op te lossen, is er risico dat de intrinsieke, op zichzelf staande waarde van de initiatieven niet wordt erkend.”
De deelnemers zijn het erover eens dat het gesprek in de toekomst moet gaan over het borgen van vrije ruimte, het meten van maatschappelijke impact en het delen van praktijkervaringen bij het opbouwen van steunpunten. Sommigen vrezen dat de initiatieven voor laagdrempelige steunpunten te instrumenteel worden ingezet om systeemproblemen op te lossen, waardoor de intrinsieke waarde verloren gaat. Anderen zien juist kansen om via samenwerking met de ggz en gemeenten meer impact te maken, mits de kernwaarden bewaakt blijven. De noodzaak van diversiteit aan steunpunten wordt breed gedeeld, evenals het belang van ervaringsdeskundigheid en co-creatie.
Financiering schiet te kort
Gerard de Roos merkt op zich wel een positieve houding in veel regio’s naar laagdrempelige steunpunten, maar ziet dat het geld niet meebeweegt met de doelen. “We zijn geneigd om aan de achterkant, als het uit de klauwen loopt, er veel geld in te stoppen. Op die andere momenten waarin we een werkzame context kunnen creëren waarin je burgers in hun kracht zet, lukt dat niet zo goed in onze hoofden nog.”
Conclusie van het gesprek:
De groep is het erover eens dat laagdrempelige steunpunten alleen succesvol kunnen zijn als ze van onderaf worden opgebouwd, met ruimte voor pluriformiteit, gelijkwaardigheid en echte ontmoeting. De vrije ruimte en de bedoeling moeten centraal blijven staan, ondanks druk van systemen en financiering. Het gaat om het creëren van een veerkrachtige samenleving waarin psychische nood normaal is en mensen samen leren en ontwikkelen.
Onderwerpen voor 2026:
Deelnemers willen in de toekomst verder praten over:
- Hoe de vrije ruimte en intrinsieke waarden van steunpunten te borgen bij groei en professionalisering.
- De rol van ervaringsdeskundigheid en co-creatie in een veranderend zorglandschap.
- Het meten van maatschappelijke impact zonder te vervallen in kpi’s en systeemdenken.
- Praktische ervaringen en uitdagingen bij het opbouwen van nieuwe steunpunten.
- De invloed van landelijke beleidsdynamiek (zoals IZA) op de praktijk.