Dit gesprek vond plaats in de themasessie Netwerksamenwerking van het waardenetwerk Volwaardig burgerschap op 7 okt 2025. Karin Bloemendal, bestuurder bij het Leger des Heils, zat deze themasessie voor. Karin geeft aan dat het doel is om samen te leren van elkaars voorbeelden en ervaringen over netwerksamenwerking en wijkinitiatieven.
Anja van der Aa is uitgenodigd voor deze themasessie om haar ervaringen te delen. Zij is directeur-bestuurder van de Wijkcoöperatie Oost voor Elkaar in Utrecht en mede-oprichter van de stadscoöperatie Samen 030.
Van Mantelzorger tot Initiatiefnemer
Anja van der Aa, heeft door schade en schande geleerd dat netwerksamenwerking moeilijk is en veel overlegtijd kost. En dat echte oplossingen zijn te vinden in burgerinitiatieven die gemeentelijke ondersteuning krijgen. De wijk als basis voor herstel en professionals die daarop aansluiten als dat nodig is. Op deze manier verwacht zij dat de transformatie van de zorg mogelijk is.
Haar persoonlijke drijfveer komt voort uit bijna veertig jaar mantelzorg voor haar moeder met manisch-depressieve problematiek. Na het overlijden van haar vader, die tot dan toe de zorg droeg, nam Anja deze taak over terwijl ze 150 km verderop woonde. Ze ontdekte dat formele instanties en bestaande welzijnsorganisaties niet aansloten bij de werkelijke behoeften van haar moeder (en andere buurtbewoners). Het grootste probleem is dat deze organisaties vaak niet in de wijk zijn geworteld; het personeel woont er niet en kent de wijk onvoldoende.
Maar ook haar uitgebreide professionele kennis van netwerksamenwerking hielp haar niet bij de praktische uitdagingen van mantelzorg op afstand. Wat haar wel hielp is de ontdekking dat de mensen in het dorp haar moeder en de lokale situatie veel beter kenden dan zijzelf. Ze maakte een weekschema voor haar moeder, waarbij ze activiteiten regelde die aansloten bij haar moeders interesses, zoals dagelijks naar de fitnessclub gaan en pianoles krijgen. Ze schakelde vrijwilligers, buren en kleine ondernemers in voor praktische en sociale ondersteuning. De formele thuiszorg kwam alleen kort langs voor noodzakelijke handelingen. Zo kon haar moeder 10 jaar zelfstandig thuis blijven wonen, met een netwerk dat haar betrokken hield bij de lokale gemeenschap.
Deze ervaring leidde tot een fundamentele omwenteling: ze besloot zich volledig te richten op de kracht van bewoners en gemeenschapsinitiatieven in de leefwereld van de wijk.
De Wijkcoöperatie Oost voor Elkaar: Wat, Hoe en Wie?
De wijkcoöperatie Oost voor Elkaar is een bewonersorganisatie die laagdrempelige, informele ontmoetingsplekken en activiteiten organiseert. Voorbeelden zijn gratis koffie- en theemomenten, buurtmaaltijden, wandel- en fietsgroepjes, en inloopplekken op verschillende locaties, waaronder verzorgingshuizen. De coöperatie brengt alle informele initiatieven in de wijk in kaart en verspreidt deze informatie huis-aan-huis. Ze faciliteert burenhulp voor mensen zonder sociaal netwerk en voorzorgcirkels waarin buurtbewoners elkaar ondersteunen. Inmiddels zijn er tien van deze cirkels, met elke maand een nieuwe erbij.
De doelgroep bestaat uit wijkbewoners die moeilijk aansluiting vinden bij formele zorg, zoals ouderen, mensen met mentale problematiek en studenten. De coöperatie biedt hen een plek waar ze zonder drempels kunnen binnenlopen en meedoen.
Hoe maak je contact met mensen die contact mijden?
Er worden ook mensen bereikt die geen contact maken en sociaal geïsoleerd zijn. Hiervoor worden buurtverbinders ingezet; in elke buurt (500-3000 mensen) zou idealiter een buurtverbinder actief moeten zijn die contact maakt, aanbelt en buren aan elkaar koppelt, ook bij mensen die hun huis niet uitkomen. Anja benadrukt dat contact maken soms betekent dat je meerdere keren moet aanbellen voordat er iets gebeurt, en dat het proces tijd en doorzettingsvermogen vraagt.
Ontwikkeling, Organisatie en Financiering
Anja heeft tijdens corona een subsidie aangevraagd om wijksamenwerking op te zetten, gesteund door de gemeente, huisartsen en hogescholen, maar aanvankelijk niet door de welzijnsorganisatie. Ze investeerde drie jaar in het opbouwen van relaties en vertrouwen, waardoor nu alle organisaties in de wijk de opdracht hebben om samen te werken met bewonersorganisaties.
Er is een kernteam en coördinatieteam gevormd met vertegenwoordigers uit de eerstelijnszorg, Hogeschool Utrecht en bewoners, gericht op gezamenlijke thema’s zoals mentale gezondheid en stille casussen. Voor complexe casussen werkt Anja samen met de GGZ via PGB-constructies en maatwerkoplossingen, waarbij soms vrijwilligers en ZZP’ers worden ingezet. Het belangrijkste is dat de hulpverleners een klik hebben met de persoon.
De wijkcoöperatie is democratisch opgezet, met een ledenstructuur, een algemene ledenvergadering en debatten waarin bewoners hun stem laten horen. Er is een digitaal platform waar iedereen input kan leveren.
Financiering is een uitdaging: buurtverbinders en dorpsondersteuners worden nu vooral uit projectsubsidies betaald, wat onzekerheid geeft. Er wordt gezocht naar structurele financiering, bijvoorbeeld via samenwerking met zorgverzekeraars en door het bundelen van bestaande budgetten uit welzijn, zorg en eerste lijn. De gemeente Utrecht heeft inmiddels ingezien dat coördinatie vanuit bewoners essentieel is en werkt aan een subsidieregeling die dit mogelijk maakt.
Aansluiten bij de Leefwereld: Ervaringen van Deelnemers
Deelnemers aan deze themagroep komen deze keer voornamelijk uit de ggz, en zij herkennen de uitdaging om aan te sluiten bij de leefwereld van cliënten. Ze merken dat cliënten met complexe problematiek vaak geen naasten meenemen naar de behandelkamer en vaak weinig tot geen netwerk hebben omdat vertrouwen in anderen ontbreekt.
Uit het gesprek blijkt dat het betrekken van informele netwerken binnen de strakke kaders van het systeem niet eenvoudig is. Chann, klinisch psycholoog bij Reinier van Arkel, beschrijft hoe werken in de wijk niet vanzelf leidt tot betere aansluiting bij bewoners. De druk om snel behandelplannen te maken en aan productie-eisen te voldoen, maakt het lastig om informele contacten te leggen en maatwerk te bieden.
Laura deelt een voorbeeld uit haar ervaring: een behandelaar die cliënten in het buurthuis ziet en tijdens het gesprek registreert, zodat er tijd overblijft om aanwezig te zijn en vrijwilligers te ondersteunen. Toch blijft het vaak ‘kunst en vliegwerk’ om deze ruimte daadwerkelijk te creëren binnen het financieringssysteem.
Het verhaal van Annieke van het Leger des Heils benadrukt een ander knelpunt: buurtbewoners verbinden aan woonlocaties voor mensen met complexe problemen. De angst en terughoudendheid bij de buurt maakt het organiseren van wederkerigheid en verbinding bijzonder lastig, vooral wanneer het netwerk van cliënten klein is en bewoners niet altijd enthousiast zijn om betrokken te raken.
Praktisch samenwerken zonder te vervallen in een 'overlegcircus' blijkt een uitdaging, net als het bouwen aan duurzame verbindingen – vooral bij complexe doelgroepen. Initiatieven als resourcegroepen of steungroepen worden als waardevol gezien, maar zijn lastig te implementeren: het vraagt om een andere manier van werken, tijd en het doorbreken van bestaande routines.
Wat nemen deelnemers mee?
- Het belang van sociale netwerken en preventie: ggz-professionals zien kansen om cliënten te helpen bij het opbouwen van sociale relaties, wat preventief werkt en herstel bevordert.
- De kracht van informele netwerken: deelnemers willen zich meer verdiepen in samenwerking met wijkbewoners en informele initiatieven.
- Het belang van een sterk, multidisciplinair coördinatieteam in de wijk, met bestuurlijke rugdekking en betrokkenheid van bewoners, eerste lijn en sociaal domein.
- De wens om te leren van Utrecht als voorbeeldregio, waar informele netwerken een structurele plek krijgen in de samenwerking.
- De noodzaak om netwerksamenwerking praktisch en concreet te houden, zonder te verzanden in overlegstructuren.
Voorgestelde onderwerpen voor volgende bijeenkomsten en toelichting
- Bemoeizorg en netwerksamenwerking: Hoe organiseer je bemoeizorg effectief en snel, vooral voor mensen die vereenzamen of overlast veroorzaken?
- Omgaan met veelheid aan netwerkinitiatieven: Hoe kies en combineer je uit de vele initiatieven, en voorkom je een overlegcircus?
- Verbinding formeel-informeel netwerk: Hoe werk je samen met het sociale netwerk van cliënten en regel je rollen, taken en privacy?
- Effectiviteit en praktische invulling: Hoe houd je netwerksamenwerking praktisch en doelgericht onder tijdsdruk?