Dit verslag is een vervolg op het eerste deel, dat afgelopen dinsdag plaatsvond. Daarin kwamen maar liefst 23 sprekers van 17 fracties aan het woord. Alle vragen uit hun inbreng is door de bewindspersonen verzameld en werd schriftelijk of in het tweede deel vandaag beantwoord. Cliënten, naasten (MIND), zorgverleners (NVvP, NIP en V&VN) en zorginstellingen (deNLggz) in de ggz zijn verenigd in het ‘Ggz-kwintet’. Samen stuurden zij een brief met inbreng aan de Kamerfracties.
In vak K zaten de nieuwe bewindspersonen Sophie Hermans (minister VWS, met onder meer de ggz-portefeuille) en Mirjam Sterk (minister Langdurige Zorg, Jeugd en Sport).
Schriftelijke beantwoording
Een groot deel van de in deel 1 gestelde vragen zijn schriftelijk beantwoord. Daar zitten ook meerdere vragen over de ggz bij. In de beantwoording wordt veelal verwezen naar afspraken die in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn gemaakt, naar het actieprogramma mentale gezondheid en naar een brief die na de zomer komt, waarin ook een kabinetsreactie op het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) ggz wordt verwerkt.
Inleiding en hervormingen
Minister Hermans opent met de oproep om het debat over de toekomst van de zorg gezamenlijk te voeren, ook omdat het kabinet in een minderheidspositie zit. Volgens haar is een beweging nodig naar zorg en ondersteuning dichter bij mensen, meer in de wijk en in de samenleving. De afspraken uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) vormen daarvoor de basis. Tegelijk verdedigt ze ook lastige keuzes van het kabinet, zoals het verhogen van het eigen risico en het beperken van ongecontracteerde zorg. Volgens Hermans zijn die maatregelen nodig om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden.
Preventie en mentale gezondheid
Het kabinet zet volgens Hermans in op de ambitie van de “gezondste generatie ooit”. Daarbij hoort beleid gericht op leefstijl, zoals gratis schoolfruit, het beperken van marketing gericht op kinderen en maatregelen rond suikerconsumptie. Ook programma’s zoals Kansrijke Start blijven belangrijk.
Daarnaast benadrukt Hermans het belang van mentale veerkracht. Via de versterkingsagenda Mentale Gezondheid wil het kabinet inzetten op het versterken van mentale gezondheid in de samenleving en het voorkomen van zwaardere problematiek.
Wachttijden in de ggz
Hermans erkent de zorgen over de lange wachttijden en de groeiende vraag naar ggz-zorg. Volgens haar is uitbreiding van capaciteit alleen niet voldoende; er moet ook beter worden gekeken naar passende zorg en ondersteuning, zodat gespecialiseerde ggz beschikbaar blijft voor mensen met de zwaarste problematiek.
Over wachttijdinformatie zegt zij dat de registratie niet stopt, maar juist wordt verbeterd. Het doel is om wachttijden in de toekomst meer realtime en beter per regio en aanbieder inzichtelijk te maken. Zorgverzekeraars en aanbieders werken hier samen aan.
Budgetplafonds in de ggz
In een debat met Dobbe (SP) over budgetplafonds stelt Hermans dat mensen die ggz nodig hebben die zorg moeten kunnen krijgen en dat zorgverzekeraars een zorgplicht hebben. Tegelijk erkent zij dat budgetplafonds een “bot instrument” zijn dat mogelijk belemmerend kan werken. Daarom wil het kabinet de werking ervan evalueren. Volgens Hermans is het echter te vroeg om het instrument nu al af te schaffen zonder eerst beter inzicht te hebben in de effecten.
Toekomst van de ggz en het IBO
De minister benadrukt dat het kabinet werkt aan een beter georganiseerde ggz, met meer samenhang tussen wetten en bekostiging zodat capaciteit beter op de juiste plek terechtkomt. De afspraken uit het IZA en AZWA spelen daarbij een belangrijke rol.
Over het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) ggz zegt Hermans dat het kabinet de aanbevelingen momenteel bestudeert. Na de zomer volgt een kabinetsreactie waarin ook wordt ingegaan op de mogelijke impact op lopende programma’s. Kamerleden uit de oppositie uitten frustratie over het tempo van beleid rond de ggz. Hermans zegt de urgentie te voelen, maar benadrukt dat ondertussen wordt doorgewerkt met bestaande afspraken en programma’s.
Inbreng minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport)
Minister Sterk gaat in op onderwerpen binnen haar portefeuille, waaronder gehandicaptenzorg, ouderenzorg, maatschappelijke zorg en jeugd. Veel vragen zijn volgens haar al schriftelijk beantwoord of eerder besproken, bijvoorbeeld tijdens het wetgevingsoverleg Jeugd.
In het debat komt onder meer de toekomst van de ouderenzorg aan bod, met aandacht voor nieuwe woonvormen en de rol van wijkverpleging. Daarnaast wordt gesproken over digitalisering in de zorg en het tegengaan van zorgfraude. Over dat laatste onderwerp kondigt Sterk aan dat hier binnenkort een apart commissiedebat over plaatsvindt.
Amendementen
Er zijn 28 amendementen ingediend: aanpassingen op de begroting inclusief dekking dus. Je leest de beoordeling van de bewindspersonen op deze amendementen hier terug. Over deze amendementen is samen met de begroting zelf op 24 maart gestemd. De begroting is aangenomen. Relevante zaken voor de ggz:
- Amendement TK 36800-XVI nr. 30 van het lid Westerveld (GL-PvdA) gericht op extra personeel voor Jeugdstem (iets dat ook in de Jeugd-ggz aanwezig is). Het kabinet ontraadt dit amendement, omdat er volgens hen reeds voldoende middelen zijn.
Verworpen
- Amendement TK 36800-XVI nr. 34 van de Kamerleden Synhaeve (D66) en Wendel (VVD) gericht op middelen om de problemen omtrent EVC-certificering op te lossen. Dit amendement krijgt oordeel Kamer: de minister voelt zich door dit amendement ondersteunt in het onderzoeken van de problematiek.
Aangenomen
-Amendement TK 36800-XVI nr. 72 van het Kamerlid Dobbe (SP) gericht op het investeren in goede arbeidsvoorwaarden. Het kabinet ontraadt dit. Ze nuanceren het belang van de loonprikkel in de zorg en stellen dat er al voldoende ruimte is om voldoende beloning te regelen.
Verworpen
- Amendement TK 36800-XVI nr. 73 van het Kamerlid Dobbe (SP) gericht op het terugdraaien van de bezuinigingen in de Jeugdzorg. Dit wordt ontraden, omdat de dekking niet goed is en ook omdat het kabinet via de Hervormingsagenda Jeugd wil ombuigen (minder wil uitgeven).
Verworpen
- Amendement TK 36800-XVI nr. 75 van het Kamerlid Westerveld (GL-PvdA) gericht op het faciliteren van een overleg tussen de minister en de belangenorganisaties voor ervaringsdeskundige jongeren in de jeugdzorg. Dit krijgt oordeel Kamer, wat mooi is omdat het gaat over kijken naar het veranderen van incidentele middelen voor jongerenbelangenbehartigers naar structurele.
Aangenomen
- Amendement TK 36800-XVI nr. 82 van de Kamerleden Westerveld (GL-PvdA) en Beckerman (SP) gericht op zorg aan dak- en thuislozen. Oordeel Kamer, dit gaat over steun voor de De Nederlandse Straatdokters Groep.
Aangenomen
- Amendement TK 36800-XVI nr. 85 van het Kamerlid Vliegenthart (GL-PvdA) gericht op middelen voor het terugdraaien van de bezuiniging op Mainline. Het kabinet ontraadt dit, en dat betreurt de Nederlandse ggz. Het is terecht dat Vliegenthart zich zorgen maakt over het verdwijnen van de kostbare expertise rondom drugsverslaving en preventie die bij Mainline ligt. De Nederlandse ggz schreef in het verleden vaak samen met Mainline inbreng voor debatten rondom verslavingszorg en preventie: het is een belangrijke kennispartner.
Verworpen
- Amendement TK 36800-XVI nr. 95 van de Kamerleden Westerveld (GL-PvdA) en Bikker (CU) gericht op middelen voor suïcidepreventiebeleid. Dit krijgt oordeel Kamer, wat mooi is, omdat gemeenten hierdoor extra ruimte hebben voor beleid.
Aangenomen
Moties
Er zijn maar liefst 59 moties ingediend tijdens dit debat. Alle ingediende moties zijn hier terug te vinden. Over de moties die niet aangehouden zijn, is op dinsdag 10 maart gestemd.
Hier een selectie van de voor de ggz relevante moties, inclusief in het cursief het oordeel (de appreciatie) van het kabinet erover en in vet de stemmingsuitslag.
Vervolg
Stemmingen over álle begrotingen en amendementen volgen waarschijnlijk op 24 maart. Stemmingen over moties zijn hierboven verwerkt. Volg deze politieke community voor updates.