Aandacht voor stijgende suïcidecijfers onder jongeren
Marijke Synhaeve (D66) bevroeg staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Tielen over het bericht ‘Sara danste door het leven, maar verzweeg donkere gedachten: “Elke maand sterft een klas vol jongeren”’ (AD, 19 januari 2026). Op Blue Monday lanceerde 113 een campagne om suïcide bespreekbaar te maken. Daarbij werd benadrukt dat Nederland maandelijks gemiddeld een schoolklas aan jongeren verliest door suïcide.
De staatssecretaris gaf aan dat het bespreekbaar maken van suïcide van groot belang is. Zij is de afgelopen maanden intensief in gesprek geweest met 113 Zelfmoordpreventie en met nabestaanden. Iedere suïcide is er volgens haar één te veel en brengt groot verdriet met zich mee.
Onderzoek en kwetsbare jongeren
Synhaeve benadrukte dat naast het voeren van het gesprek ook meer inzicht nodig is in de oorzaken van suïcide onder jongeren, met name onder jonge vrouwen. De staatssecretaris gaf aan dat er geen eenduidige oorzaak is en dat zij met ZonMw in gesprek is over een aanvullend onderzoeksprogramma dat mogelijk vanaf 2027 start. Ook 113 werkt aan onderzoek naar achterliggende factoren.
Daarnaast werd aandacht gevraagd voor kwetsbare jongeren, zoals schooluitvallers en jongeren in de (gesloten) jeugdzorg. De staatssecretaris verwees naar de Wet suïcidepreventie en de rol van gemeenten en lokale teams. Met ervaringsdeskundigen wordt gesproken over betere nazorg; voor de zomer volgt een concreet voorstel.
Synhaeve pleitte voor snellere actie. Volgens de staatssecretaris begint dit bij het bespreekbaar maken van mentale problemen, ondersteund door initiatieven als de ‘Vraag Maar’-training, PraatPower en het platform In je bol.
Vragen vanuit andere fracties
Vanuit andere fracties werden aanvullende vragen gesteld. Sarath Hamstra (CDA) vroeg hoe gemeenten worden ondersteund bij de uitvoering van de Wet suïcidepreventie, en of kleine gemeenten voldoende zijn toegerust. De staatssecretaris verwees naar de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid en de ondersteuning door onder andere 113 en MIND.
Diederik van Dijk (SGP) vroeg naar de beschikbare middelen. Volgens de staatssecretaris is er jaarlijks ruim 30 miljoen euro beschikbaar voor de landelijke agenda van 113 en 10 miljoen euro voor gemeenten.
Pepijn van Houwelingen (FvD) pleitte voor meer aandacht voor de invloed van sociale media. De staatssecretaris gaf aan dat mentale veerkracht en het omgaan met teleurstellingen een belangrijk onderdeel zijn van de versterkingsagenda ggz en mentale gezondheid, en dat dit ook in het onderwijs besproken moet worden.
Mirjam Bikker (CU) wees op signalen dat het budget voor de Wet suïcidepreventie krap is. De staatssecretaris gaf aan dat de wet nog in een beginfase zit en dat het belangrijk is eerst de voortgang af te wachten.
Hilde Wendel (VVD) benadrukte het belang van een helpend gesprek tussen jongeren onderling. De staatssecretaris onderstreepte hierbij het belang van doorverwijzing naar betrouwbare bronnen zoals 113 en In je bol.
Tot slot vroeg Lisa Westerveld (PvdA/GL) naar actuele cijfers over jongeren in de jeugdzorg en suïcide. De staatssecretaris gaf aan deze cijfers niet direct paraat te hebben en hierop terug te komen. Ook werd opnieuw benadrukt dat jongeren uit de gesloten jeugdzorg een bekende risicogroep vormen. De staatssecretaris gaf aan dat gesprekken met ervaringsdeskundigen hierbij richtinggevend zijn en dat er voor de zomer nadere stappen volgen.