Dit dossier raakt aan de handhaving van de wet Dba, iets wat voor met name de zorgsector tot grote zorg heeft geleid. Het demissionaire kabinet wil door hand te haven een vuist maken tegen schijnzelfstandigheid. Zorgorganisaties, ook in de ggz, steunen het aanpakken van schijnzelfstandigheid van harte. Wel is het voor de zorg essentieel dat continuïteit van zorg op afdelingen te organiseren is, en daarvoor ontkomen we niet aan flexibele inzet bij piek, ziek en unieke situaties. In een brief -die met Kamerleden is gedeeld- schreven de Nederlandse ggz, Actiz, UMCnl en VGN opnieuw over hun zorgen, en de dringende behoefte aan meer duidelijkheid.
Oproep tot verlenging ‘zachte landing’
Een brede meerderheid in de Tweede Kamer uitte zorgen over het beëindigen van de ‘zachte landing’ bij de handhaving van de Wet DBA. Kamerleden van onder meer SGP, VVD, D66, BBB, CDA, DENK en PVV waarschuwden dat de onduidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers groot blijft en dat 2026 dreigt uit te lopen op een harde overgang.
Zorgsector nadrukkelijk genoemd
In het debat werd meerdere keren gewezen op de gevolgen voor de zorg. Kamerleden benadrukten dat de combinatie van personeelstekorten en de noodzaak van flexibele inzet de continuïteit van zorg onder druk zet. Zij vroegen het kabinet expliciet aandacht te houden voor sectoren zoals de ggz, waar flexibiliteit bij piek, ziek en specifieke situaties onmisbaar is.
Verdeeldheid in de Kamer
GL-PvdA nam een afwijkend standpunt in en stelde dat wetgeving en jurisprudentie voldoende duidelijk zijn. Volgens deze fractie zorgt verlenging van de zachte landing juist voor blijvende onzekerheid en oneerlijke concurrentie tussen werknemers en zelfstandigen. Andere partijen betwistten dit en wezen op de grote verschillen tussen theorie en praktijk.
Kabinet houdt vast aan handhaving
Staatssecretaris Heijnen (Financiën) gaf aan vast te houden aan handhaving van de Wet DBA en wil de zachte landing niet verlengen. Volgens het kabinet ondermijnt uitstel goed gedrag en is handhaving nodig voor een gelijk speelveld. Minister Paul (SZW) benadrukte dat schijnzelfstandigheid moet worden tegengegaan en wees op alternatieven voor flexibele inzet. Over de flexibele schil in de zorg krijgt de Tweede Kamer nog informatie van de VWS-bewindspersoon, klonk in het debat.
Afsluiting: tweeminutendebat en moties + stemmingen
Aan het einde van het debat vroeg DENK een tweeminutendebat aan. Daarin zijn onderstaande moties ingediend. De stemmingsuitslag geven we ook weer. Tip: hier kun u dit tweeminutendebat teruglezen (het 'stenogram' geeft de notulen weer), inclusief de beantwoording van de bewindspersonen en hun reactie op de moties.
Op basis van een aantal van onderstaande aangenomen moties heeft het kabinet vervolgens een brief gestuurd. Daarin legt staatssecretaris Heijnen uit dat hij de zachte langing deels, maar niet volledig verlengt: "het kiest kabinet ervoor om de zachte landing in 2026 wel deels te verlengen door ook in 2026 geen verzuimboetes op te leggen en in beginsel te starten met een bedrijfsbezoek. Pas vanaf 1 januari 2027 zullen ook deze elementen van de zachte landing komen te vervallen. Dit betekent dat, ten opzichte van 2025, vanaf 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd."
|
-Motie Ergin (DENK) over bij handhaving het opleggen van verzuimboetes zoveel mogelijk vermijden en de voorkeur geven aan bedrijfsbezoeken boven boekenonderzoeken
Aangenomen
-Motie Ergin (DENK) c.s. over de handhavingsstrategie ‘zachte landing’ verlengen tot tenminste 31 maart 2026
Aangenomen
-Motie Flach (SGP) c.s. over het handhavingsplan arbeidsrelaties aanpassen zodat handhaving in 2026 wordt gericht op probleemgevallen met verhoogd risico op gedwongen zelfstandigheid, onderbetaling, evidente schijnzelfstandigen en arbeidsmigratieconstructies
Aangenomen
-Motie van de leden Boon (PVV) en Ten Hove (PVV) over de zachte landing voor de inzet van zzp-ers in de gehandicaptenzorg en ouderenzorg verlengen
Verworpen
- Motie van Martens-America (VVD) en Vermeer (BBB) over nagaan of het tijdelijk niet opleggen van verzuimboetes en het blijven starten met bedrijfsbezoeken in plaats van boekenonderzoek geen gevolgen heeft voor de toekenning van middelen uit het Herstel- en Veerkrachtplan
Aangenomen
De Nederlandse ggz blijft dit dossier in de toekomst volgen en de risico's voor continuiteit van zorg hebben daarbij onze nadrukkelijke aandacht.
|