Evaluatie Actieplan Nederland Beweegt Voortgangsrapportage 2025 De helft van de Nederlanders beweegt niet genoeg. Het ministerie van VWS heeft daarom het Actieplan Nederland Beweegt gemaakt, dat loopt van 2023 tot en met 2025. De overheid streeft ernaar dat 75 procent van de Nederlanders in 2040 genoeg beweegt. Dit Actieplan gaat over alles wat met bewegen heeft te maken. Het richt zich niet alleen op sporten, maar ook op beweging op het werk, op school, in de buurt, en onderweg (een zogeheten systeemaanpak). Het Actieplan stimuleert de overheid, maatschappelijke partijen en gemeenten om (samen) bewegen te stimuleren. Het RIVM onderzocht wat het Actieplan tussen 2023 en 2025 heeft opgeleverd. Daaruit blijkt dat er de eerste tweeënhalf jaar al positieve veranderingen te zien zijn. Sommige ministeries buiten VWS hebben bijvoorbeeld meer aandacht besteed aan bewegen. Ook hebben steeds meer partijen zich aangesloten bij de Beweegalliantie: van 442 in 2024 naar 585 in 2025. Hieruit zijn nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan, die mensen helpen om meer te bewegen. Verder blijkt dat binnen gemeenten meer domeinen samenwerken aan dit onderwerp. Er had wel meer kunnen worden bereikt. Zo is er vanuit verschillende ministeries weinig nieuw beleid om bewegen op school of op het werk te stimuleren, omgevingen waarin mensen veel zitten. Daarnaast zijn er vooral eenvoudige acties uitgevoerd, zoals meer kennis delen en samenwerken, die het beweegsysteem weinig veranderen. Om het doel te bereiken, raadt het RIVM daarom aan de komende jaren nog meer vanuit de systeemaanpak te werken. Daarvoor zijn ook acties nodig om overtuigingen over bewegen in de samenleving te veranderen. Bijvoorbeeld door stevig beleid te maken, zoals gemeenten verplichten ervoor te zorgen dat de omgeving van mensen hen stimuleert om meer te bewegen. En te zorgen dat er structureel geld voor beleid is. Daarnaast kunnen beleidsmakers bewegen meer aan andere onderwerpen koppelen, zoals mentale gezondheid, klimaat en wonen. Verder adviseert het RIVM beweegbeleid voor een aantal jaar te maken, los van wisselende kabinetten en beleidsprogramma’s. Dit is belangrijk omdat het veel tijd kost voordat mensen merkbaar meer gaan bewegen.