Opdracht Programma Standaardisatie Specialistische Jeugdzorg
In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken om tot vergaande standaardisatie van de (straks) regionaal in te kopen specialistische jeugdzorg te komen. Het gaat om standaarden van inkoop tot en met verantwoording, zoals een limitatieve set aan producten en bijbehorende registratieregels. Doel is het verminderen van administratieve lasten en beter bruikbare data. Om deze standaarden te kunnen ontwikkelen is een programma ingericht dat langs drie sporen bezig is met de uitwerking.
Voorloperaanpak gezinshuiszorg
In spoor 3 van het programma standaardisatie worden de beoogde standaarden als eerste uitgewerkt voor de gezinshuiszorg omdat voor deze zorgvorm al bestaande afspraken gelden over bijvoorbeeld kwaliteitscriteria en bouwstenen voor tarieven. Deze bestaande afspraken vormen de basis voor de beoogde standaarden. Met een kernteam bestaande uit professionals van gezinshuiszorgaanbieders en gemeenten is een eerste uitwerking van gezinshuiszorgproducten gemaakt.
Het programma standaardisatie wil het advies van het kernteam graag uitwerken richting concrete producten die uiteindelijk ook formeel worden vastgelegd. Dat betekent dat uiteindelijk gemeenten en aanbieders ook alleen die producten gebruiken; uiteraard kunnen die worden geactualiseerd waar nodig, maar ‘eigen’ producten zijn er dan niet meer. Omdat dit een grote wijziging is, wil het kernteam hun conclusies graag toetsen. Daar is deze enquête voor bedoeld.
Inhoud concept uitwerking standaarden voor gezinshuiszorg – ter toetsing
Uitgangspunten vooraf
Bij de uitwerking van gezinshuiszorgproducten door het kernteam stonden de volgende uitgangspunten centraal:
Ten eerste: de producten moeten voldoen aan de uitgangspunten voor standaardisatie zoals vastgesteld in het zogenaamde Wuiver model. De belangrijkste hierin zijn: zorg voor kostenhomogene producten (d.w.z. dat de kosten per eenheid niet veel van elkaar verschillen) en herkenbare producten voor professionals en cliënten.
Ten tweede heeft het kernteam het volgende afwegingskader gemaakt om tot de twee gezinshuiszorgproducten te komen.
Leiden de keuzes voor te standaardiseren gezinshuiszorgproducten tot:
1) Goede zorg voor het kind?
2) Vermindering van administratieve lasten?
3) Mogelijkheid tot kostendekkend tarief?
Ten derde: vooralsnog zijn de omschrijvingen van de twee gezinshuiszorgproducten gebaseerd op de bestaande kwaliteitscriteria in de gezinshuiszorgsector. In de kwaliteitscriteria staan eisen aan een gezinshuis waarvan de toetsbare elementen in de productbeschrijving komen. Conclusie is dat dit nog wel scherper moet, zodat de gemeente ook echt goed kan inkopen. Het proces om de bestaande kwaliteitscriteria tegen het licht te houden is inmiddels opgestart. Eventuele aanscherping van kwaliteitscriteria worden overgenomen in de beschrijving van de gezinshuiszorgproducten zodra deze beschikbaar is.
Toelichting inhoudelijke keuzes twee gezinshuiszorgproducten
Het advies van het kernteam is om in de gezinshuiszorg met twee basisproducten te gaan werken: “regulier” en “intensief”, waarmee het verblijf (bed, bad, brood), het salaris en de begeleiding van de gezinshuisouder, en de basisinzet van de gedragsdeskundige kunnen worden gedeclareerd.
Het verschil tussen beide producten zit in de zorgvraag: als deze duidelijk hoger is dan gemiddeld, is er een intensieve zorgvraag. Voorstel is om, i.o.m. gedragsdeskundigen, een aantal kenmerken op te nemen waarbij de zorgvraag van een kind/jongere voor het gezinshuiszorgproduct ‘intensief’ tenminste aan een aantal daarvan moet voldoen.
Voor elk kind, zowel met een reguliere als een intensieve zorgvraag, is het mogelijk dat er naast de basiszorg aanvullende zorg nodig is van andere jeugdzorgprofessionals. Die kan worden gecombineerd met de twee basisproducten. Vaak is dit zorg die ook voor andere vormen van jeugdzorg kan worden ingezet; het is niet nodig om hiervoor aparte gezinshuiszorgproducten te maken. Idee is om voor te schrijven voor welke aanvullende producten (die eveneens gestandaardiseerd worden) dit geldt, d.w.z. waarmee kan worden gecombineerd.
Bijv: product gezinshuiszorg intensief = verblijf gezinshuis, begeleiding gezinshuisouder, inzet gedragsdeskundige met aanvullend een nog nader uit te werken product ambulante begeleiding individueel (extra uren gedragsdeskundige éneen nader uit te werken product ambulante groepsbehandeling, bijv. traumatherapie.
Als declaratie-eenheid wordt een etmaal voorgesteld. Om de administratieve lasten laag te houden en verkeerde prikkels te voorkomen, gaat het hierbij niet om etmalen waarin de cliënt aanwezig was, maar waarin het bed beschikbaar was voor de cliënt binnen de periode van toewijzing. Hierdoor is logeren bij de biologische ouders een te declareren etmaal.
Het gezinshuis legt dan t.b.v. declaratie de volgende zaken vast:
- Etmalen (begin- en einddatum) dat de cliënt toegewezen was voor gezinshuiszorg en de plaats hiervoor beschikbaar was
- Geleverde (gecombineerde) meerzorg, per prestatie (dat zal meestal per uur zijn)
- Kenmerken zorgzwaarte bij variant “intensief”
Om deze uitwerking te toetsen is een enquête opgesteld. Als gezinshuiszorg een herkenbaar product voor jouw organisatie is, wil je de enquête dan s.v.p. invullen?
Link naar de enquête (let op: lees bovenstaande tekst goed door): https://www.onderzoekdoen.nl/enq/?f=kwaj5d902z
Vervolgproces
De uitkomsten van de enquête worden anoniem en op totaalniveau geanalyseerd en gepresenteerd. Ze worden teruggekoppeld tijdens een online referentiesessie op 2 maart (15:00-17:00). Tevens wordt dan ingegaan op verdiepende vragen die niet middels een enquête beantwoord kunnen worden. Hiervoor kunt u zich aanmelden bij ja.rovers@minvws.nl.
Zie voor meer informatie over de achtergrond en aanpak van het programma: Standaardisatie van specialistische zorgvormen | Hervormingsagenda Jeugd | voor Jeugd & Gezin