Teambrede aanpak suïcidepreventie: zo gaat de richtlijn leven op de werkvloer
Suïcidepreventie werkt pas écht als het leeft op de werkvloer. Tijdens het vijfde en laatste webinar staat daarom de vraag centraal: hoe zet je samen stappen in de praktijk? Wat helpt teams om eigenaarschap te voelen, focus aan te brengen en het gesprek over suïcidaliteit te blijven voeren? Adviseur Pit Spee van EHdK, Nienke Flaman van GGZ E (Eindhoven) en Tessa van der Linden van GGZ Rivierduinen delen hun ervaringen.
Instellingen die richtlijnconform werken, kennen aantoonbaar minder suïcides. Daarom is vanuit de derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie de Systematische Aanpak Suïcidepreventie (SAS GGZ) gestart. Om ook andere ggz-organisaties en professionals te ondersteunen, organiseren de Nederlandse ggz, SUPRANET GGZ en 113 in 2025 een reeks van 5 webinars over de herziene richtlijn en de opbrengsten van SAS GGZ.
De eerste 4 webinars zijn elders terug te vinden op de GGZ Community Suïcidepreventie en de artikelen die we erover maakten ook. Lees hier verder om helemaal op de hoogte te zijn van webinar 5.
Dagvoorzitter Marjolein Veerbeek opent het webinar met een duidelijke vraag: wat hebben teams nodig om de herziene richtlijn Suïcidaliteit daadwerkelijk toe te passen in de dagelijkse praktijk? Binnen SAS GGZ kozen de deelnemende instellingen ieder hun eigen accenten in die aanpak. GGZ E en GGZ Rivierduinen legden daarbij onder andere de nadruk op de teamaanpak.
In het webinar lichten Pit Spee, adviseur bij EHdK, Tessa van der Linden, adviseur kwaliteit en zorgontwikkeling bij GGZ Rivierduinen en Nynke Flaman, procesondersteuner bij GGZ E, toe hoe de teamaanpak binnen SAS GGZ is ontwikkeld en toegepast. Ook delen ze wat deze werkwijze oplevert voor teams in de dagelijkse praktijk.
Verandering vanuit de teams zélf
In gesprekken met projectleiders klinkt steeds dezelfde vraag: hoe zorg je dat verandering daadwerkelijk wordt gedragen door professionals zelf? Volgens Pit Spee van EHdK, het bureau dat de veranderkundige ondersteuning binnen SAS GGZ verzorgt, ligt het antwoord in eigenaarschap.
Spee vertelt : “De impact moet vooral voelbaar zijn op de werkvloer, daar waar het er echt toe doet.” Bij de teambrede aanpak wordt er daarom bewust gekozen voor de bottom-upbenadering: de gewenste verandering ontstaat vanuit de teams zélf. Zij krijgen ruimte om aan suïcidepreventie te werken op momenten en plekken waar de nood hoog is of waar energie zit.
Wie doet er mee?
In beide organisaties begint de teamaanpak met een heel praktische keuze: met wélke teams start je en hoe zorg je dat die teams samen een eerlijk beeld geven van de praktijk? Bij GGZ E is daarom bewust gezocht naar een brede dwarsdoorsnede. Flaman vertelt dat er teams meedoen van Kind en Jeugd, HIC, crisiscare en klinische afdelingen, zodat snel zichtbaar wordt waar de verschillen en overeenkomsten zitten.
Bij GGZ Rivierduinen is de start kleiner en gerichter gehouden. Van der Linden legt uit dat in afstemming met directie en management 8 proeftuinen zijn gekozen, omdat het bereik te groot wordt als je meteen alle teams meeneemt. Na de uitrol blijkt er veel interesse te zijn. “Er was een team dat niet meedeed, dat hierover las op intranet,” vertelt Van der Linden. “Die zeiden: wij willen ook heel graag meedoen. Dat mocht natuurlijk.”
Sterrenkaarten als krachtige aanjager
Voordat je als team aan een verandertraject begint, is het goed om te weten waar je nú staat. Daarom starten zowel GGZ Eals GGZ Rivierduinen met een nulmeting. Flaman vertelt hierover: “De nulmeting geeft een helder beeld van hoe het nu écht gaat binnen je organisatie. Maar”, vervolgt ze, “het laat vooral zien hoeveel collega’s te maken hebben met suïcidaliteit. Dat was echt een eyeopener en maakte duidelijk waar winst te behalen viel.”
De tweede stap in de teambrede aanpak is het werken met sterrenkaarten. Sterrenkaarten zijn praktische, visuele werkkaarten die teams helpen om overzicht te krijgen in suïcidepreventie en het gesprek daarover te voeren.
De sterrenkaarten helpen teams concreet bij:
- inzicht krijgen in verschillende vormen van zorg en vervolgstappen
- het expliciet betrekken van naasten
- het doen van een nulmeting en het stellen van prioriteiten
- het werken volgens het stappenplan signaleren, diagnostiek, behandeling en veiligheid
Van der Linden ziet de sterrenkaarten als een krachtige aanjager van het gesprek en betrokkenheid binnen de teams: “Het gesprek dat daarna ontstond was misschien nog wel het belangrijkste: herkennen jullie dit als team en waar willen jullie zelf iets mee?” Die openheid en herkenning werken aanstekelijk, merkt ook Flaman. “Uit die sterrenkaarten kun je heel duidelijk zien wat goed gaat en wat niet goed gaat. Dat gaf meteen energie.”
Download hier de sterrenkaarten: https://samenmindersuicide.nl/sasggz/aan-de-slag/
De weg van GGZ E: toekomstverkenning met focus
Bij GGZ E vormen de inzichten uit de sterrenkaarten de basis voor een gezamenlijke toekomstverkenning: waar willen we over een jaar staan? En wat betekent dat voor vandaag en morgen? Door dit samen te onderzoeken, ontstaat er als vanzelf een onderscheid tussen korte- en langetermijndoelen. Scholing en training blijken vaak laaghangend fruit. “Veel collega’s hadden de basistraining nog niet of juist heel lang geleden gevolgd”, vertelt Flaman hierover. “Follow-up of doelgroepgerichte scholing, bijvoorbeeld voor Kind en Jeugd, was snel te organiseren.”
Andere thema’s vragen meer tijd. Behandeling volgens de richtlijn wordt als belangrijk ervaren, maar blijkt lastig om meteen toe te passen in de praktijk. “Collega’s zijn enthousiast over de basistraining,” vertelt Flaman, “maar merken tegelijkertijd hoe spannend het is om het echt te doen. Dat is een langetermijndoel: het daadwerkelijk toepassen in het behandelproces.” Opvallend is dat de accenten per team verschillen. Bij crisiscare ligt de winst vooral bij behandeling, terwijl in klinische teams juist het betrekken van naasten centraal staat.
De weg van GGZ Rivierduinen: proeftuinen en vaste pijlers
Ook bij GGZ Rivierduinen start de teamaanpak met een nulmeting en sterrenkaarten. Toch bewandelen zij een andere route dan GGZ E. De organisatie kiest ervoor om met 8 proeftuinen te werken en 3 gezamenlijke pijlers vast te stellen:
• samenwerking met naasten
• inzet van ervaringsdeskundigheid
• de basis op orde in het EPD en de verslaglegging
“We zagen dat deze thema’s in alle proeftuinen terugkwamen,” zegt Van der Linden. “Daarom kozen we ze gezamenlijk, terwijl teams binnen die pijlers hun eigen acties bepaalden.” Elke proeftuin werkt met 2 vaandeldragers die de verbinding vormen tussen projectgroep en team. “Het voordeel is dat teams zelf aan de slag gaan,” legt Van der Linden uit. “Het nadeel is dat je soms minder zicht hebt op wat er precies gebeurt in de teams. Dat is een belangrijke les voor een volgend traject.”
Samen terugkijken: lessons learned
Beide organisaties blikken terug op de opbrengst van de teamaanpak. De werkdruk in de ggz speelt daarin een rol. “Iedereen vindt dit thema belangrijk,” zegt Van der Linden, “maar in het dagelijks werk gaat de waan van de dag soms voor.” Tegelijkertijd zijn er duidelijke stappen gezet. Samenwerking met naasten staat vaker op de agenda en wordt steeds vanzelfsprekender, ook buiten acute situaties. Teams volgen scholing en ontwikkelen ondersteunend materiaal voor gesprekken met cliënten.
Ook bij GGZ E ziet Flaman dat de impact groter is dan soms wordt gedacht. “Als je alles op een rij zet, is er veel gebeurd. Teams hebben suïcidepreventie opgenomen in jaarplannen en laten het onderwerp terugkomen in teamontwikkelingstijd.” Wat volgens haar het verschil maakt, is aandacht blijven geven. “Niet om te controleren, maar om samen te kijken: waar staan we en wat hebben we nodig?”
Deze ervaringen leveren een aantal duidelijke lessen op:
• Zorg dat suïcidepreventie is belegd op alle niveaus van de organisatie, met bijpassend mandaat
• Combineer online bijeenkomsten met fysiek werken met sterrenkaarten en andere tools, dat houdt het proces concreet en levendig
• Sluit aan bij bestaande structuren, zodat suïcidepreventie onderdeel wordt van het dagelijkse werk
• Ondersteun teams in het proces, bijvoorbeeld door begeleiding bij het werken met sterrenkaarten en het bundelen van opbrengsten
Gewoon beginnen
Wat kun je als organisatie doen als je hiermee aan de slag wilt? Van der Linden is daar helder over: “Gewoon beginnen. Alles wat je doet is beter dan niets.” Je hoeft ook niet per se bij de teamaanpak te beginnen, je kunt ook starten met de andere deelonderwerpen van SAS GGZ.
Van der Linden voegt toe: “Kleine stapjes openen het gesprek en zorgen dat de aandacht er blijft.” Flaman sluit zich daarbij aan. “Wij zijn ook gestart zonder precies te weten waar we uit zouden komen. Het lijkt groot en ingewikkeld, maar dat is het niet. Je begint klein en uiteindelijk levert het veel op.” Want precies daar, op de werkvloer, gaat suïcidepreventie van papier naar praktijk.
Meer informatie of vragen?
www.113.nl/ggz
Leernetwerken:
Scholing:
Digitale leerproducten GGZ Ecademy, o.a. microlearnings behandelmethodieken: https://ggzecademy.nl/product/thema-overzicht-suicidepreventie/
Fysieke scholingen 113 Academy: www.113.nl/academy
Denk je met ons mee?
Heb je ideeën voor webinars rond suïcidepreventie in 2026? Leg ze neer bij ggz@113.nl