Op weg naar betere samenwerking met naasten bij suïcidepreventie
Samenwerken met naasten is cruciaal bij suïcidepreventie. In de praktijk is dit echter nog lang niet vanzelfsprekend. Tijdens het vierde webinar deelden familie-ervaringsdeskundige Rita van Maurik, kwaliteitsadviseur Ysolda Roeters van Arkin en adviseur kwaliteit en zorgontwikkeling Tessa van der Linden van GGZ Rivierduinen hoe ggz-organisaties dit stap voor stap kunnen opbouwen en verankeren in de praktijk.
Instellingen die richtlijnconform werken, kennen aantoonbaar minder suïcides. Daarom is vanuit de derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie de Systematische Aanpak Suïcidepreventie (SAS GGZ) gestart. Om ook andere ggz-organisaties en professionals te ondersteunen, organiseren de Nederlandse ggz, SUPRANET GGZ en 113 in 2025 een reeks van 5 webinars over de herziene richtlijn en de opbrengsten van SAS GGZ.
Het vierde webinar was op 16 september en ging over de samenwerking met naasten bij suïcidepreventie. Lees verder om helemaal op de hoogte te zijn van webinar 4.
Met de komst van de herziene richtlijn suïcidaliteit is het betrekken van naasten geen vrijblijvende keuze meer. In de richtlijn is een heel hoofdstuk (3.3) gewijd aan dit thema. Daarnaast zijn er concrete tools waarin je als professional meer informatie kunt vinden over samenwerken met naasten:
Over naasten: een zus én de bakker Een naaste kent de cliënt vaak het beste. Dat maakt de betrokkenheid van een naaste zo waardevol. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, hoeft een naaste niet per se een ouder, broer of zus te zijn. Familie-ervaringsdeskundige Rita van Maurik vertelt hierover: ‘Het kan ook een vriend of iemand anders uit het netwerk zijn. Ik heb weleens meegemaakt dat een bakker een cliënt bijstond. Zolang degene maar een betekenisvolle band met de cliënt heeft. Als professional kun je daar veel waardevolle informatie en steun uithalen.’
Naasten zijn dus van onschatbare waarde. Tegelijkertijd kan het voor diezelfde naaste heel zwaar zijn. Zij kunnen namelijk meerdere rollen tegelijk vervullen:
- Informant: ze signaleren veranderingen en delen die met professionals
- Cobegeleider: ze lopen mee in de behandeling en het herstelproces
- Mantelzorger: ze nemen praktische zorgtaken over
- Bondgenoot: ze geven de cliënt houvast en continuïteit
Daarom is het volgens Van Maurik essentieel dat ggz-organisaties óók aandacht hebben voor het welzijn van naasten. Binnen instellingen kan dat met psycho-educatie en trainingen, zoals een cursus van GGZ Rivierduinen. Maar er zijn ook mogelijkheden buiten de ggz: lotgenotengroepen van organisaties als MIND, Naasten Centraal of Ypsilon, steun via de huisarts of de POH-ggz en lokale voorzieningen die via de Wmo gefinancierd worden.
Het spanningsveld rond privacy Het uitgangspunt van elke behandeling is dat een cliënt er nooit alleen voor staat. Volgens Van Maurik moet het daarom al bij de intake zijn dat je een cliënt vraagt: wie is belangrijk voor jou en wie kan ik erbij betrekken? Van Maurik: ‘Wees niet te bang als professional om dat áltijd te vragen. Ook als je enige terughoudendheid ziet bij de cliënt.’
Professionals ervaren vaak een bepaalde spanning: mag je naasten betrekken als een cliënt dat niet wil? Van Maurik legt uit: ‘Luisteren naar naasten mag altijd. Algemene informatie delen over de behandeling ook. En als er acuut gevaar dreigt, mag je als team besluiten om naasten toch te betrekken. Het gaat tenslotte om leven of dood.’
Het betrekken van naasten bij Arkin en GGZ Rivierduinen Arkin en GGZ Rivierduinen zijn allebei lid van SUPRANET GGZ en nemen deel aan het versnellingsprogramma SAS ggz (Systematische Aanpak Suïcidepreventie in de ggz) van de Landelijke Agenda Samen Minder Suïcide. Beide organisaties werken intensief aan de implementatie van de herziene richtlijn. Hoe samenwerken met naasten er in de praktijk uitziet, vertellen Ysolda Roeters, kwaliteitsadviseur bij Arkin, en Tessa van der Linden, adviseur kwaliteit en zorgontwikkeling bij GGZ Rivierduinen.
Bij zowel Arkin als GGZ Rivierduinen is samenwerken met naasten inmiddels meer dan een goed voornemen. Beide organisaties gebruiken een dashboard om te controleren of naasten daadwerkelijk worden betrokken bij de behandeling. Ze houden bijvoorbeeld bij:
- of er een contactpersoon in beeld is
- of deze betrokken is bij het behandel- of veiligheidsplan
- of afspraken goed zijn vastgelegd in het dossier
‘Die gegevens bespreken we niet alleen in teams’, vertelt Roeters. ‘Ze worden ook gedeeld met management en bestuur. Zo wordt samenwerken met naasten een vast onderdeel van onze sturing, net als wachttijden of behandeluitkomsten.’
Wetenschappelijk onderbouwde training en sociale kaart Beide organisaties investeren ook in training en ondersteuning voor naasten. Voor GGZ Rivierduinen ontwikkelde verpleegkundig specialist Hans van der Weijden bijvoorbeeld een wetenschappelijk onderbouwde training voor naasten van mensen met suïcidale gedachten. Van der Linden: ‘De training biedt naasten verschillende handvatten bij vragen als: hoe kan ik omgaan met een suïcidale naaste, hoe kan ik diegene het beste steunen en wat kan ik doen om mezelf te beschermen?’
Daarnaast hebben beide organisaties een sociale kaart. Dat is een overzicht van beschikbare hulp en ondersteuning voor naasten, zowel intern als extern. Daarin staat vermeld welke hulp individueel of in groepsverband wordt aangeboden, of die online of fysiek plaatsvindt en welke organisaties betrokken zijn.
Een naaste meenemen is normaal Van der Linden benadrukt dat kleine keuzes een groot verschil maken: ‘Wij vragen in onze intakebrief niet óf iemand een naaste meeneemt, maar wíe. Daarmee maak je duidelijk dat het normaal is.”
Beide instanties werken met familievertrouwenspersonen. Toch zien Van der Linden en Roeters dat familie-ervaringsdeskundigen weinig worden ingezet. Terwijl dat zowel volgens Roeters als volgens familie-ervaringsdeskundige Van Maurik een waardevolle toevoeging kan zijn. Van Maurik vertelt daarover: ‘Familie-ervaringsdeskundigen brengen een ander perspectief dan familievertrouwenspersonen. Zij kunnen zowel teams áls individuele naasten ondersteunen.
Roeters vult aan: ‘Hun meerwaarde wordt steeds duidelijker, maar organisaties zijn nog wat huiverig. Dat komt omdat familie-ervaringsdeskundigen relatief onbekend zijn binnen organisaties. Daar valt veel te winnen.’
Tijd investeren loont Het betrekken van naasten kost tijd, daar zijn de sprekers eerlijk over. Maar later in het proces levert het juist tijdswinst op. Van Maurik: ‘Als je in het begin goed luistert en duidelijke samenwerkingsafspraken maakt, voorkom je dat naasten zich niet gehoord voelen en er spanning ontstaat in de relatie. Je wint vertrouwen en tijd.’ Roeters vult aan: ‘Door verwachtingen en rollen over en weer helder te maken, bespaar je later veel energie.’
Samen met Stichting Aurora bezoekt Van Maurik ggz-instellingen om de expertise rondom familie-ervaringsdeskundigen te delen. Belangrijk om te weten: tot eind dit jaar zijn deze bezoeken kosteloos.
Samen naar vanzelfsprekendheid Samenwerken met naasten is nog niet de standaard. Nu hangt het al dan niet betrekken van naasten vaak af van de individuele professional. Scholing en cultuurverandering zijn nodig om dit echt in te bedden. Van der Linden zegt hierover: ‘Het vraagt een lange adem. Je moet het blijven herhalen, kleine stappen zetten en successen delen. Laten we samen naar die vanzelfsprekendheid toebewegen.’
Meer informatie of vragen?
Voor meer informatie over familie-ervaringsdeskundigen, stuur een e-mail naar Rita van Maurik via: rita@hestia-abc.nl
Leernetwerken:
Scholing:
- leerproducten GGZ Ecademy, o.a. microlearnings behandelmethodieken: https://ggzecademy.nl/product/thema-overzicht-suicidepreventie/
- scholingen 113 Academy: www.113.nl/academy
Toepassing:
- Suïcidepreventie: www.113.nl/toolkit