De consultatie van het concept-normenkader IHT levert een helder beeld op: leden steunen de hoofdlijnen.
Breed draagvlak voor rol en doelgroep IHT
Leden herkennen de positionering van IHT binnen de acute ggz:
- gericht op cliënten in (dreigende) crisis;
- met als doel opname te voorkomen of verkorten;
- in een ambulante, outreachende setting.
Ook de afbakening van de doelgroep (urgentie U2–U4) wordt overwegend passend gevonden.
Grootste spanningspunt: rol van de crisisdienst
Het belangrijkste spanningspunt is de centrale rol van de crisisdienst. Waar het kader uitgaat van instroom en doorstroom via triage, vinden leden dat dit niet altijd past bij de praktijk:
- Interne verwijzingen (zoals vanuit FACT of HIC) verlopen vaak direct, zonder triagist;
- De triagist heeft in de praktijk vaker een ondersteunende en adviserende rol dan die van verplichte toegangspoort;
- Buiten kantoortijden is triage meestal nodig, maar overdag is meer flexibiliteit gewenst.
Kortom: het normenkader veronderstelt een lineaire zorgroute, terwijl de praktijk juist flexibele en dynamische doorstroom kent.
Behoefte aan ketenbenadering in plaats van losse normering
Leden zetten vraagtekens bij het afzonderlijk normeren van IHT:
- er is behoefte aan een integrale benadering van de acute ggz-keten (ZAP, HIC en IHT);
- aansluiting op de zorgstandaard acute psychiatrie (ZAP) en lopende ontwikkelingen ontbreekt.
De boodschap is helder: IHT kan niet los worden genormeerd van de rest van de acute zorgketen.
Twijfels over verplichte onderdelen in het zorgaanbod
Vooral de positie van acute dagbehandeling (ADB) roept vragen op:
- niet alle aanbieders hebben ADB;
- de beschikbaarheid, bijvoorbeeld in weekenden, is beperkt;
- maak ADB daarom optioneel en modulair.
Hier schuurt een uniform normenkader met de regionale variatie in zorgorganisatie.
Personele normering: te star ten opzichte van praktijk
De voorgestelde personele normen worden als te rigide en onvoldoende passend bij de arbeidsmarkt gezien. Belangrijke punten:
- de rol van de regiebehandelaar moet breder zijn dan alleen de psychiater (artikel 14-regiebehandelaar);
- voor functies als KP/GZ-psycholoog is flexibele inzet wenselijker dan vaste normen;
- de inzet van ervaringsdeskundigen wordt gesteund, maar opleidingsvereisten knellen door arbeidsmarktkrapte;
- functies als activiteitenbegeleiding ontbreken, terwijl ze in de praktijk wel worden ingezet.
De normering moet beter aansluiten op de beschikbaarheid van personeel en regionale invulling.
Meer aandacht gevraagd voor leren in de praktijk
Bij kwaliteitsontwikkeling vragen leden meer aandacht voor:
- intervisie en leren in de praktijk;
- bijvoorbeeld door hiervoor structureel uren vrij te maken.
Praktische uitvoerbaarheid onder druk
Tot slot noemen leden diverse praktische knelpunten:
- verschillen tussen week- en weekendinzet zijn onvoldoende meegenomen;
- normen voor faciliteiten en middelen, zoals vervoer, vragen verdere concretisering.
De vertaalslag van norm naar uitvoerbare praktijk is dus nog niet overal sluitend.